Top
hergebruik textiel

Hergebruik en UPV Textiel: wat betekent dat voor ons als consumenten?

Tekst: Lynsey Dubbeld | Beeld:Jaap Jelsma / Bigstock

Producenten en importeurs van textiel en kleding zijn sinds juli 2023 verplicht om het afvalbeheer van verkochte producten te regelen. Wat merken we in de winkel van deze zogenoemde UPV?

Een groot deel van het textiel dat we gebruiken in Nederland komt terecht in het restafval. Dat betekent dat ongeveer 305 kiloton textiel per jaar wordt verbrand. Hergebruik komt gelukkig steeds vaker voor. Om afval te verminderen en recycling te stimuleren, is de Uitgebreide Producenten Verantwoordelijkheid (UPV) Textiel opgesteld. De richtlijn, die op 1 juli 2023 is ingegaan, maakt producenten en importeurs verantwoordelijk voor de afvalfase van de producten die ze op de Nederlandse markt brengen. De verplichtingen gelden voor kleding én voor textiel zoals beddengoed, handdoeken en tafellinnen. Allerlei bedrijven krijgen ermee te maken: van grote merken tot lokale winkels.

Afval op de juiste plek

Kort gezegd betekent de UPV Textiel dat een bedrijf dat een kledingstuk als eerste op de markt brengt, ook moet zorgen dat de consument het afgedankte item weer inlevert. Vervolgens moeten de ingeleverde materialen worden beoordeeld. Is er hergebruik mogelijk? Of is het product alleen nog geschikt voor recycling? Of kan er echt niets nuttigs meer mee worden gedaan? Daarna moet de afgedankte kleding ook daadwerkelijk naar de juiste plek worden gebracht, zoals een tweedehandswinkel of een textielinzamelaar. Ondernemers doen jaarlijks aan het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat verslag van de productverkoop. Na 2025 moet ook worden gerapporteerd over de resultaten van het afvalbeheer.

De bedoeling is dat in 2025 de helft van het textiel wordt hergebruikt of gerecycled, en in 2050 zelfs 75 procent. Nu is dat nog 35 procent. Ondernemers kunnen zelf aan de slag gaan met de nieuwe verplichtingen, of zich aansluiten bij Stichting UPV Textiel. Het initiatief van brancheorganisaties Modint en INretail regelt – voor een vergoeding per verkocht product – het hele afvalproces: van inzameling tot recycling en rapportage.

Wat gaan we als consumenten merken van de UPV Textiel? De aanbieders van kleding zorgen voor een ‘passend innamesysteem’. Concreet betekent dat: er moet een plek zijn waar wij als consumenten gebruikte kleding of textiel makkelijk en gratis kunnen inleveren. Dat kan een speciale afvalcontainer zijn, zoals de textielbakken die nu al op straat staan. Maar de verwachting is dat er ook in winkels inzamelplekken worden ingericht.

Minder afval, minder milieu-impact

De UPV Textiel is bedoeld om een impuls te geven aan een circulaire textielketen, waarin hergebruik en recycling de hoofdrol spelen. Daarmee zou het gebruik van nieuwe materialen verminderen, wat de negatieve milieu-impact van de kledingindustrie vermindert. Volgens Modint is de prijsprikkel van de UPV een goede stimulans voor bedrijven om (verder) te verduurzamen. Het wordt steeds meer lonend om minder artikelen met een langere levensduur op de markt te brengen.

Er zijn natuurlijk al modemerken die oude materialen hergebruiken voor nieuwe collecties, of zelfs volledig circulaire items maken. Kuyichi, Kings of Indigo, Filippa K, Marc O’Polo en Vaude zijn daarvan bekende voorbeelden. Daarnaast zijn er steeds meer winkels waar je gebruikte kleding en schoenen weer kunt inleveren. Denk aan kringloopwinkels en het Leger des Heils, maar ook aan inzamelplekken in filialen van Zeeman, C&A, We Fashion en H&M.

De tweedehandsmarkt is sowieso springlevend. Veelzeggend is dat zelfs grote bedrijven zoals De Bijenkorf en Zalando pre-loved fashion verkopen. Naar verwachting vergroot de UPV Textiel het aanbod van vintage alleen maar verder. Er wordt trouwens nog onderzocht of duurzame merken een korting krijgen op de heffing die bedrijven straks betalen aan Stichting UPV. De UPV geldt in ieder geval niet voor tweedehandswinkels.

En schoenen, tassen en riemen dan?

Het concept van een Uitgebreide Producenten Verantwoordelijkheid is niet nieuw. De aanpak geldt al langere tijd voor de auto-industrie en de producenten van huishoudelijke apparaten. Schoenen, tassen en riemen – en textielproducten zoals dekens, gordijnen en tenten – vallen nog niet onder de UPV Textiel. Maar er gaan stemmen op om daar ook regels voor te ontwikkelen.

hergebruik

Het succes van de UPV

Consumenten spelen een belangrijke rol in het succes van de UPV. Wij moeten immers onze afdankertjes inleveren voor hergebruik. Verder zullen we – als alles volgens plan verloopt – steeds vaker collecties met gerecyclede vezels en een tijdloze look in de winkel tegenkomen. Daarnaast wordt het assortiment in tweedehandswinkels gevarieerder. Gaan we onze garderobe vergroenen met kleding van (deels) hergebruikte materialen, vintage en slow fashion?

De vraag of Nederland klaar is voor de UPV Textiel is dus niet alleen actueel voor producenten, importeurs, recyclingbedrijven en andere spelers in de kledingketen, maar evenzeer voor ons als consumenten.

Textielcontainers zijn van oudsher een veelgebruikte manier om oude kleding en textiel in te zamelen voor hergebruik en recycling. In veel gemeenten staan er containers op straat, maar er zijn ook ondergrondse containers. Volgens Sympany, die in ruim zeventig gemeenten de textielinzameling verzorgt, is de kwaliteit van de containers een belangrijke voorwaarde voor een verantwoorde verwerking. In goede containers blijft het ingeleverde textiel ook onder natte weersomstandigheden voldoende droog. Tegelijkertijd komt er nog altijd restafval terecht tussen het textiel, in sommige gemeenten tot wel 10 procent.

De simpele must-do’s voor ons als consumenten: doneer uitsluitend schoon en droog textiel, in een goed gesloten plastic zak. Kleding mag versleten zijn, maar als er olie- of verfvlekken of schimmel op zit dan hoort het bij het restafval. Ook synthetische kussens en dekbedden horen niet thuis in de textielcontainer.

Wat vindt u van dit artikel?

Lynsey Dubbeld is communicatieadviseur met een specialisatie in contentstrategie, contentmarketing en storytelling. Ze weet precies hoe je ingewikkelde onderwerpen vertaalt in verhalen die de doelgroepen informeren, inspireren en activeren. Met een scherp oog voor actuele ontwikkelingen, een gezonde dosis pragmatisme en een feilloos gevoel voor taal zorgt Lynsey dat verhalen de aandacht krijgen die ze verdienen.