Top
voordat wij mensen waren

Voordat wij mensen waren

Tekst: Sophie van der Stap

De grotere vraag achter mijn vraag hoe het zou voelen een vis in de zee te zijn, heeft te maken met de plek waar we bestonden voordat wij mensen waren en vissen vissen.

Een vis in de zee

Ik liep al langer rond met de vraag hoe het zou voelen een vis in de zee te zijn toen ik Cristina Zenato ontmoette en samen met de haaien die zij in de baaien van Grand Bahama voedt, bestudeert en regelmatig van achtergebleven big game vishaken bevrijdt, naar de zeebodem afreisde. Ik vond daar een deel van het antwoord op deze grote vraag. De rest zwerft nog ergens in de zee waar ik uiteindelijk weer via een laddertje van de boot uit heb moeten klimmen, en trouwens ook in de lucht die ik inadem en zuurstof geeft aan mijn gedachten. En misschien wel bovenal in de sterrenstof die er was voordat er onderscheid ontstond en waar we allemaal, vissen en mensen, uit voortkomen. De grotere vraag achter mijn vraag hoe het zou voelen een vis in de zee te zijn, heeft dan ook te maken met de plek waar we bestonden voordat wij mensen waren en vissen vissen. Waar we het allebei en allemaal waren. Krokodillen en krokussen, bijen en beren, dino’s en kikkervisjes, mannen en vrouwen, yuppen en vluchtelingen, mensen en haaien.

Ik woonde nog in New York toen ik met Cristina in contact kwam. Ik ontdekte haar op het rijke virtuele web van instagram. Algoritmes zijn niet altijd vervelend. Van de ene shark conservationist en free diver kwam ik bij de ander. Ik raakte gefascineerd door mens en haai, walvis en walvishaai die dezelfde ruimte, in harmonie, deelden. De omvang van een walvis of het jaaginstinct van een haai in combinatie met een duiker, zo klein en nietig naast het zeedier. Natuurlijk maakten de vrouwen nog meer indruk op me. Mannen en stoerdoenerij, dat had ik vaak genoeg gezien. Maar een tengere vrouw met een witte haai of een zwemster die achtervolgd wordt door een orca die minutenlang onder haar en naast haar zwemt, dat maakte grote indruk. Ik schreef Cristina via haar website en mocht vijf dagen getuige zijn van haar leven in de Bahama’s. Van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat zat ik naast haar. In de auto, in de supermarkt – er werden geen producten verpakt in plastic gekocht ondanks de schrale keuze – op een verjaardagslunch van vrienden, aan de keukentafel, op kantoor op de duikschool en in de zee, tussen haar haaien.

Boven water

Het was mijn eerste shark dive, de eerste keer dat ik vissen zag groter dan de vissen op mijn bord. Grijze silhouetten cirkelden rond de boot onder het wateroppervlak. Ik vond het allemaal erg spannend en liet de anderen eerst springen. Ze bleven intact. De grijze, sierlijke silhouetten zwommen ongestoord onder het wateroppervlak door, in hun eigen ritme en ruimte. Goed zo. Ik waagde de sprong – een sprong van pak ’m beet anderhalve seconde die nog steeds voortduurt – en keek door mijn duikbril naar beneden. Tientallen haaien – lemon, nurse, carribbean reef – zwommen onder mij door in sierlijke S-bewegingen. De haaien hadden littekens en namen. Daar ging Stompy. Grandma. Hook. Mijn hartslag zakte en ik zakte ook, dichter hun ruimte in. Ze zwommen nu niet meer onder me maar rondom me, en daar was het moment waar ik al twee jaar van droomde: een oog dat vlak langs mijn hoofd zwom en in mijn oog vasthaakte. Oog in oog met een haai of een walvis is als oog in oog met een stukje eeuwigheid, met een weten voordat er woorden waren.

Terwijl ik het wateroppervlak steeds verder achter me liet, bleek dat ik ook de vragen en de woorden die me op het land bezighielden, achter me liet. Op een of andere wijze waren die vragen niet met mij het water ingegleden. Ze waren achtergebleven op het spiegelende wateroppervlak. Op de zeebodem deed Cristina wat ze gewoon was te doen. Ze opende haar koker gevuld met vis, liet de haaien op haar af komen, merkte een haai op die niet eten kon vanwege een vishaak die uit zijn wang stak en bevrijdde hem in één duik – vaak kost het meerdere duiken – van zijn pijn. Deze haai zou snel bevrijd raken van de zwerende wond op de plek van de haak en geen langzame hongersnood lijden. Toen ik een eeuwigheid later weer naar het wateroppervlakte zwom lag ze als een spiegel boven me te glinsteren. Sindsdien zijn er twee werelden. Die van de gedachten, de vragen en de ruis en die van het vacuüm ervan, van een weten voordat er woorden waren en wij mensen waren. Was dat het geluk dat ik onder het wateroppervlak had ervaren? De woordeloosheid van de zee? De zee, een vacuüm van gestrande gedachten die pas weer begonnen te rollen zodra de boot weer in beweging kwam?

Geen vragen meer

Cartoonachtige beelden van op de zee drijvende en teruggekaatste woorden zweefden aan me voorbij toen ik weer op de boot en tot dit besef kwam. Ik keek naar Cristina die haar 10 kg mesh suit dat ze over haar duikpak droeg uittrok en merkte op dat ik geen vragen meer had. Ik begreep haar fascinatie voor de zee. Voor die stille, lege doch volle wereld waarin geleefd werd zonder dat er gedachten waren over hoe er geleefd werd. Cristina bewaart alle haken die ze mee naar boven neemt. Ze liggen in een rode kist op de boekenplank, de deksel open, een stille getuige van honderden geredde levens. De kist is vol en toch kan er altijd nog een haak bij. Ben je wel eens ergens in de natuur geweest waar je als vanzelf in een ontspannen staat terecht kwam? Is er een bos dat jou een bijzonder gevoel geeft? Of werd je op reis wel eens zo maar diep geraakt door een rots of een watervalletje? Voor veel religieuze groepen en inheemse volkeren zijn plaatsen die een mens beroeren heilig. Ze spelen een centrale rol in hun cultuur.

Wat vindt u van dit artikel?