Top

Koekoek, Cuculus canourus, Common Cuckoo, Kuckkuck, Coucou gris

Orde: cuculiformes (koekoeksvogels).

Familie: cuculidae

Geslachten: 20 waarvan het geslacht cuculus met 11 soorten waaronder de gewone koekoek.

Tekst: Marcel Boer | Beeld: Bigstock

Koekoeken zijn middelgrote insectenetende vogels met een langwerpig lichaam en korte poten. De meeste soorten zijn geen broedparasieten. Grote Ani’s (Crotophaga major), een koekoeksoort in Centraal- en Zuid-Amerika, broeden met twee of drie vrouwtjes hun jongen uit in een gemeenschappelijk nest. De Boskoekoek Cuculus horsfieldi komt in Noordoost-Europa voor. De Kuifkoekoek Clamator glandarius in Spanje en Griekenland.

Kenmerken

De gewone koekoek komt in heel Europa voor behalve in IJsland. Het is een valkachtige tortelgrote vogel met lange staart en spitse vleugels. Het mannetje is overwegend grijs. Het vrouwtje is er in twee kleurvarianten: grijs, maar soms ook roodbruin.

Ze hebben korte gele poten met twee tenen voorwaarts en twee tenen achterwaarts, wat van pas komt bij het hangen aan een klein nest van een andere vogel waarin de koekoek zijn eieren legt (waardvogelnest).

Koekoeken kennen we vooral met de bekende KOE-koek roep vanaf een boomtop. De roep van een vrouwtje is een ratelend roofvogelachtig geluid kie-kie-kie dat minder vaak te horen is. Ze voeden zich vooral met de harige rupsen van nachtvlinders, die andere vogels vanwege de giftige haren niet lusten en spuwen die haren in braakballen uit. Ze eten ook eieren.

Aantal neemt gestaag af

De koekoek  is een zomervogel, vooral te vinden in halfopen landschappen met bossen, heide, moerassen en parken. In 2018 in Nederland een aantal tussen 5.700 en 7.000 vrouwtjes en een onbekend aantal mannetjes. Het aantal koekoeken neemt gestaag af, waarschijnlijk door biotoopverandering, waardoor de juiste waardvogel niet meer beschikbaar is, zoals b.v. de tapuit of het paapje in de duinen. Ook gebrek aan harige rupsen kan een oorzaak zijn. Evenals klimaatverandering, waardoor de broedcycli van waardvogels niet meer synchroon lopen met de topbeschikbaarheid van rupsen en insecten. Sommige koekoeken verblijven maar enkele weken in het broedgebied. Vanaf half juni trekken ze alweer weg naar hun overwinteringsgebieden in het regenwoud van Congo. In juli zijn de meeste al vertrokken. De juveniele vertrekken pas in september-oktober. De koekoek is ook een talrijke doortrekker. Alle koekoeken van Europa en Azië, dus ook uit China, overwinteren in Afrika.

De Koekoek is een zogenaamde broedparasiet

Mannetjes zijn waarschijnlijk polygaam en verplaatsen zich over grote afstanden. Territoria, voor zover daar al sprake van is, overlappen elkaar. Vrouwtjes lokken met hun roep mannetjes en paren vaak met meerdere mannetjes. Na de paring gaat het vrouwtje naarstig op zoek naar een nest van haar eigen waardvogel, voornamelijk tijdens de eileg die hoofdzakelijk plaats vindt tussen 10 mei en 10 juli. Vrouwtjes keren uit wintergebieden terug naar het type landschap waar ze geboren zijn en ze leggen hun eieren alleen in het nest van de waardvogel, waar ze zelf in zijn opgegroeid. Er zijn dus Graspieperkoekoeken, Rietzangerkoekoeken, etc.

In Europa zijn honderd waardvogelsoorten bekend, in Nederland achtendertig. In sommige wetlands gaat het goed met de koekoek dankzij stabiele omvangrijke populaties rietzangers en Kleine Karekieten. Andere belangrijke waardvogels in Nederland zijn heggemussen en graspiepers. Ook Witte en Gele Kwikstaarten en bosrietzangers zijn waardvogel. Het aantal door koekoeken bezochte nesten kan wel tussen 10 tot 50 % van een waardvogelpopulatie bedragen. Maar is meestal tussen 5 en 15% en is hoger naarmate de waardvogelpopulatie omvangrijker is en er meer hoge uitkijkposten zijn b.v. in een rietmoeras met veel hoge struiken.

Strategie

Niet alleen in uiterlijk maar ook in gedrag imiteert de koekoek de sperwer (zie foto hiernaast) met het maken van soortgelijke duikvluchten, waardoor kleine zangvogels op de vlucht gaan en de koekoek zijn gang kan gaan in hun nest. Maar waardvogels zoals Kleine Karekieten hebben deze camouflage ook vaak door, alarmeren soortgenoten met snavelklappen en raspen en vallen grijze koekoeken zelfs aan, alleen of met een groep. Karekieten kunnen koekoekseieren verwijderen. Dat doen ze vooral als er alarm is en ze een koekoek in de buurt van hun nest zien. De in ons land veel zeldzamere roodbruine koekoeken worden niet herkend en zijn dus in het voordeel. In totaal bezoekt een koekoek tien tot twaalf nesten en legt tot maximaal vijfentwintig eieren in een seizoen.

De strategie van de koekoek berust op camouflage en snelheid. Bij veel vogels duurt het leggen van een ei twintig tot zestig minuten. De koekoek doet dat gemiddeld in dertien seconden. Een koekoek kan haar ei een etmaal langer in haar lichaam houden dan andere vogels, maar dan moet ze het wel kwijt. Als zij geen geschikt nest kan vinden, legt ze het ei bij een noodvogel. Timing is cruciaal, want er mogen wel al enkele eieren in het nest liggen maar de waardvogel mag nog niet met broeden begonnen zijn. De koekoek moet vaak de gekste capriolen uithalen om een ei in zo’n klein nest te deponeren zonder het nest te vernielen.

Dat wordt vergemakkelijkt doordat ze de eileider uit de cloaca kan verlengen. Om de waardvogel te foppen, haalt ze een of meer eieren uit het nest en eet die op. Haar ei is relatief klein voor de grootte van de koekoek maar groter dan van de waardvogel en heeft een extra dikke eischaal, waardoor het moeilijk kapot te pikken is. Sommige waardvogels laten zich niet bedotten en pikken het koekoeksei toch kapot, gooien het uit het nest of laten het hele legsel in de steek. Waardvogels vechten ook terug door het patroon op de eieren ingewikkelder en beter voor zichzelf herkenbaar te maken.

One flew over…

Koekoekseieren hebben een kortere broedperiode nodig dan die van de waardvogel. Na twaalf dagen komt het koekoeksei meestal als eerste uit en instinctief begint het nog blinde kale jong met zijn holle rug de overige eieren en eventuele jongen het nest uit te werken. Het koekoeksjong bedelt om voedsel door het imiteren van het geluid van een heel nest bedelende jongen en is binnen drie weken tienmaal zwaarder dan zijn pleegouders. Na uitvliegen wordt het door de waardvogels herkend als koekoek en zelfs aangevallen.

Pas als het jong een nieuw soort bedelgeluid produceert wordt het nog enkele weken gevoerd, wat een bizar beeld oplevert van een kleine zangvogel op de rug van de tien keer grotere koekoek. Soms wordt het zelfs gevoerd door andere vogels. Na nog enkele weken opvetten en inprenten van de omgeving vertrekt de jonge koekoek in september-oktober naar Congo of Angola om in april in dezelfde biotoop terug te keren. Waarna de cyclus opnieuw begint.

Lees meer over bijzondere vogels in het boek Vogelfamilies van Nederland van Marcel Boer, KNNV 2020. ISBN 9789050117500. Verkrijgbaar bij uw boekhandel of tijdens de wekelijkse vaarexcursies in Natuurmonument ‘Het Wormer-en Jisperveld’ met de auteur als gids. Inschrijven kan via Vogelbescherming Nederland.

Wat vindt u van dit artikel?

Marcel Boer werkte na een opleiding in landbouw en veeteelt in de bio- en levensmiddelenindustrie in Italië, Duitsland en Nederland. Hij is al zijn hele leven een enthousiaste vogelaar en sinds 2013 vogelgids bij bezoekerscentrum “De Poelboerderij” voor Vogelbescherming Nederland in het Wormer-en Jisperveld. Als medewerker van de werkgroep Roofvogels en Uilen van de Vogelwacht Zaanstreek inventariseert en beschermt hij de roofvogels en uilen in en rond dit prachtige 2300 ha grote Natura-2000 gebied. Het hele jaar organiseert Vogelbescherming vaarexcursies rond de verschillende thema’s uit de boeken met Marcel Boer als gids.