Top

Ongekend veel liefde

Tekst en beeld: Nikki Vrees

Ik zag haar lijden. Ik hoorde haar pijn. Onrustig bewoog ze door het hok terwijl de boer haar van achter vastgreep en zijn hand zonder aankondiging grof naar binnen werkte. Het was haar eerste lam, ze keek angstig en begreep niet wat er gebeurde.

Ik zag de paniek in haar ogen en wilde niets liever dan haar geruststellen. Haar vertellen dat alles goed kwam en haar zachtjes aanraken. Maar ik durfde niet. Ik durfde de ooi niet liefdevol over haar kop te strelen. En zachte, geruststellende woorden in haar oor te fluisteren omdat ik niet wilde dat de boer dacht dat ik gek was. Ook wilde ik hem niet laten weten dat ik zijn werkwijze afkeurde. En ondanks mijn angst, deed ik het toch.

Hardhandig

De boer was een aardige man. Hij had de beste bedoeling voor zijn dieren en ik wist dat hij het schaap enkel wilde helpen om haar lam goed ter wereld te brengen. Juist omdat het haar eerste keer was en ze nog niet goed wist hoe ze dit zelf kon. Maar wat de boer vergat, was rekening houden met haar gevoelens. In gedachte stelde ik me voor, dat wanneer ik op het punt stond moeder te worden, de verloskundige haar hand in een grote pot vaseline zou steken om het vervolgens, zonder aankondiging, hardhandig naar binnen te werken. In de hoop de benen van mijn baby te pakken te krijgen. Ik huiverde en streelde zacht en liefdevol de kop van het schaap, terwijl de ooi zich nog altijd angstvallig en hardhandig tegen het hek liet vallen. Misschien hoopte ze dat de reling zou breken en ze uit deze nachtmerrie kon ontsnappen.

Kalm

Terwijl de boer met inmiddels de helft van zijn arm in het schaap was verdwenen, zocht ik haar ogen. Ik keek haar aan en sprak kalm en moedig. “Stil maar, het is goed. Je kindje wordt geboren.” Ik aaide haar oren. “Het komt allemaal goed. Ik ben bij je.” Mijn hand streelde haar rug, mijn vingers gleden door de krullerige vacht en ik voelde hoe ze ontspande. “Het komt goed,” herhaalde ik nogmaals. “Straks is je kindje bij je, het is bijna over. De boer is er om je te helpen.”

Dat ik zijn manier van helpen oneerbaar vond, liet ik achterwege. Tot mijn verbazing merkte ik dat mijn woorden het schaap geruststelden. Ze keek me aan en liet de bevalling en de boer begaan terwijl ze kalm geworden was.

ik en geit

Feilloos begrepen

“Je doet het fantastisch,” sprak ik haar nogmaals toe en ik bleef haar aaien tot de bevalling voorbij was. En voor ik het wist, kroop het met bloed en slijm besmeurde lam tegen zijn moeder aan en liet ik haar met enige tegenzin met rust. “Goed gedaan,” knipoogde ik haar liefdevol toe. “Je hebt een prachtig kind ter wereld gebracht.”

Met mijn vingers gleed ik langs het ijzer van het hek in een poging nog even bij haar te kunnen zijn. Ik was geraakt. Geschokt door het geweld, geroerd door de schoonheid van de ervaring. Ik had niet alleen een lam geboren zien worden, maar zelfs de moeder door de bevalling heen geholpen. Ik had contact weten te maken met het schaap. En een moment lang hadden we elkaar feilloos begrepen.

Trots en gelukkig

Terwijl ik langzaam weg bewoog van het hok klonken mijn voetstappen op de harde betonvloer van de stal. Hier en daar kraakten plukjes stro terwijl ik in de richting van een nest jonge poesjes liep. Zacht streelde ik één van de snoezige pluizenbollen, maar mijn gedachten waren ergens anders. Mijn hart was nog altijd bij dat van het schaap. Ik voelde het verlangen om bij haar te blijven en vond het moeilijk om na zo een intense ervaring en samenzijn afstand te nemen. Maar mijn gevoel vertelde me dat het belangrijk was om haar ruimte te geven, in het belang van het lam.

Toch kon ik nog steeds niet bevatten wat er zojuist gebeurd was. Ik had haar geholpen. Echt geholpen, en de liefde die ik voelde was enorm. Want ondanks mijn angst voor de reactie van de boer, had ik ervoor gekozen om voor haar te gaan staan. Om haar te dragen in haar pijn en lijden op een manier die in onze maatschappij vrij ongewoon was. Al had de boer er niets over gezegd.

Ik voelde me trots, groots en sterk. Als of ik zojuist iets had gedaan wat heel belangrijk was. Wat in feite ook zo was, maar wat in onze wereld nog niet bestond. Vervuld van geluk tilde ik één van de kittens op en kuste zijn roodbruine, harige, zachte vacht. Het poesje tikte speels met zijn pootje tegen mijn hand en van opzij gluurde ik nogmaals in de richting van het schaap. Ik kon haar niet zien en zag alleen de spijlen van het hok. Waarschijnlijk lag ze heerlijk zacht en veilig in het stro, met het lam dicht tegen haar aan. Om te kunnen bijkomen van wat ze zojuist had meegemaakt.

Intens vrij

Voorzichtig zette ik het poesje terug, die algauw weer speelde met zijn wollige vriendjes. Speels klauterden ze over elkaar heen, terwijl ik voelde hoe ikzelf vanbinnen eindelijk rustig werd. De rust keerde terug in de stal, op het vrolijke gekwetter van zwaluwen, het speelse gesnor van kittens en het geloei van een enkele koe na.

Ik ademde diep in. Voelde symbolisch hoe mijn wortels diep in de grond zakten. Stevig verankerd in de aarde. De boerderij, de verbinding met mezelf, het schaap. Ik voelde me intens vrij.

Ik kijk rond en vraag me af:
hoe kan ik gelukkig zijn in een wereld die ik niet begrijp?
Ik voel me eenzaam en verloren,
een buitenstaander uit een andere tijd.

Eentje waarin de aarde zegeviert,
en zorg voor de natuur beschouwd wordt als heel normaal.
Eentje waarin geld geen status heeft,
en waarin ruimte is voor ons allemaal.

Nikki Vrees    Uit: Boek van een dromer

Wat vindt u van dit artikel?