Zie de boerderij als een levend organisme

Rudolf Steiner als inspirator en vernieuwer

Zie de boerderij als
een levend organisme

Klaas de Boer (rechts) leert het tuindersvak op BD-tuinderij Vita Nova in Wassenaar (1939). In 1947 richt hij Warmonderhof op om jonge mensen tot boer op te leiden.

In een serie lezingen over de landbouw in 1924 vertelt Rudolf Steiner over de samenhang van alles wat leeft. Over hoe je als boer deel bent van een levend geheel en kunt bijdragen aan de samenhang van de levensprocessen. Zo kan een landbouwbedrijf zich als een gezond, levend organisme ontwikkelen. Deze ‘Landbouwcursus’, het begin van de biodynamische landbouw, vormt nog steeds een rijke inspiratiebron voor vernieuwing in de landbouw.

Tekst: Ellen Winkel / Foto’s archief BD-Vereniging

Een kompasnaald wijst altijd met de ene kant naar het noorden en met de andere kant naar het zuiden. We zouden het onzinnig vinden als iemand het gedrag van de kompasnaald zou willen verklaren door alleen de naald te bestuderen, zegt Rudolf Steiner, grondlegger van de antroposofie, tijdens zijn eerste landbouwlezing op 7 juni 1924. Net zo onzinnig is het, vertelt hij, om de groei van een biet te willen verklaren door enkel de biet zelf te bestuderen. Zoals je het draaien van de kompasnaald alleen kunt begrijpen door de samenhang te zien met het magnetisch veld, zo kun je de groei van een biet alleen begrijpen door naar het grotere geheel van aardse en kosmische krachten te kijken.

De aarde levend maken

Op een nieuwe manier naar de landbouw – naar het leven – kijken. Daarover gaan de acht voordrachten van Rudolf Steiner rond de Pinksterdagen in 1924. Een kleine honderd herenboeren en landgoedeigenaren, leden van de antroposofische vereniging, zijn naar Slot Koberwitz in Breslau afgereisd om naar hem te luisteren. De boeren hadden Steiner om raad gevraagd, omdat ze zich zorgen maakten over de toename van ziektes in hun gewassen en bij hun vee. En de zaden kiemden minder goed dan vroeger.

‘Zie een landbouwbedrijf als een levend organisme, dan kan het zijn ware aard het best verwerkelijken’, zegt Steiner. Dieren, gewassen, bomen en bodem zijn geen losstaande elementen op een boerderij, maar staan met elkaar in verband als organen in een levend wezen. Bij bemesting moet je je niet richten op het voeden van het gewas, maar op het voeden van de bodem. Steiner: ‘Bemesten moet een levend maken van de aarde betekenen, zodat de plant niet in dode aarde komt te staan en moeite heeft om vanuit haar eigen leven alles op te brengen wat nodig is om vrucht te dragen.’ Hij legt uit dat compost bij uitstek geschikt is om de aarde levend te maken. Ook beschrijft hij hoe je bepaalde preparaten kunt maken die de samenhang van levensprocessen ondersteunen; die je als een ‘geestelijke mest’ kunt toevoegen.

Rudolf Steiner

Veerkracht

Na afloop van de lezingen besluiten de boeren hetgeen Steiner heeft verteld nog niet openbaar te maken, maar eerst zelf uit te proberen en verder te ontwikkelen. In Nederland vervult Marie Tak van Poortvliet daarbij een belangrijke rol. Zij voelt zich met hart en ziel verbonden met de antroposofie en bezit verschillende boerderijen. In 1926 richt ze op Walcheren de Cultuurmaatschappij Loverendale op om de biodynamische landbouw tot bloei te brengen.

Maar ze weten nog niet hoe het moet en de samenwerking tussen de Duitse bedrijfsleiders en de Zeeuwse arbeiders loopt stroef. De eerste resultaten zijn ontmoedigend. En als het na een paar jaar de goede kant op lijkt te gaan, zakt het weer in door de economische crisis van de dertiger jaren. Eind jaren dertig gaat het weer bergopwaarts, maar aan het eind van de Tweede Wereldoorlog staat heel Walcheren een jaar onder water, omdat geallieerden de dijken hebben gebombardeerd. In de met veel aandacht verzorgde bodem sterft het bodemleven. Alle hagen die rondom de percelen zijn geplant en die als een huid het organisme omhullen, zijn dood. De veerkracht van de biodynamische pioniers blijkt groot. Na de oorlog wordt Loverendale weer
opgebouwd. Het 13-koppige bestuur van de BD-Vereniging zet nieuwe lijnen uit naar de toekomst om aan de groei van de BD-landbouw te werken. Er zijn deskundige jonge boeren nodig. Daarom richten Klaas en Mieneke de Boer een biodynamische landbouwschool op, Warmonderhof. Ook is er een goede afzetorganisatie nodig voor de zes BD-boerderijen. Daartoe richten consumenten de Stichting Proserpina op om de afzetcoöperatie van de boeren te financieren. Voor een voorlichter is nog geen geld, maar de BD-Vereniging richt een fonds op om daarvoor te sparen.

Om samen te studeren, komen de boeren geregeld een weekend bij elkaar op een van de bedrijven. Daar bestuderen ze met elkaar boeken van Steiner en andere antroposofen en bespreken ze de vragen waar ze in de dagelijkse praktijk tegenaan lopen. Steiner heeft in zijn Landbouwcursus vooral geschilderd hoe levensprocessen samenhangen. Hoe je dat als boer naar de praktijk vertaalt, is een fascinerende ontdekkingstocht.

Inspiratiebron

Vanuit de toekomstgerichte visie van die kleine kern bestaat er anno 2016 een levendige beweging met 132 BD-boeren. De zoektocht naar vernieuwing blijft actueel. Nog steeds putten boeren daarbij inspiratie uit de Landbouwcursus, die sinds 1975 verkrijgbaar is (met de titel Vruchtbare landbouw op biologisch-dynamische grondslag). Hierover heeft Gineke de Graaf, zelf BD-tuinder, de 14-delige reeks ‘De landbouwcursus als inspiratiebron’ geschreven in Dynamisch Perspectief, het ledenblad van de BD-Vereniging.

De bakfiets van tuinderij Vita Nova brengt groenten aan de man (1940). In 1947 richten BD-tuinders een afzetcoöperatie op, samen met consumenten

Een citaat uit het interview met Tineke van den Berg van De Stadsboerderij in Almere illustreert de ontdekkingstocht (uit DP2015-1):

“De Stadsboerderij is ontstaan zonder uitgewerkt bedrijfsplan en toch konden we na ongeveer tien jaar hard werken, zeggen: dít is wat we bedoelden en dít is dus wat hier wilde ontstaan. Ik zie het bedrijf als een levend wezen. Het bedrijfsorganisme heeft een eigen dynamiek en een eigen ontwikkelingsweg. En het mooie van BD-landbouw en BD-boer zijn, vind ik dan ook dat je onderdeel uitmaakt van het bedrijfsorganisme. Het gaat niet alléén om wat ik zelf wil. De potentie, de belofte van het bedrijf bestaat al, maar soms kun je er nog niet bij. Voor de BD-boer is het de kunst om te ontdekken wat zich wil ontwikkelen (…).”

“Een voorbeeld. Ná de eerste tien jaar wilden we graag meer mogelijkheden creëren voor de toenemende sociale interacties met de omgeving. Daarom wilden we er een gebouw bij. We hadden daar een prachtige plek voor op het erf. Die hoek, realiseerde ik me toen, had er al die jaren een beetje ‘vergeten’ en ‘onontgonnen’ bijgelegen. We waren er niet aan toe gekomen te bedenken wat daarmee moest gebeuren. Nu werd duidelijk waarom.”
“Het ‘Voorhuis’ werd gebouwd: in het voorste deel van dit gebouw zijn de boerderijkeuken en ruimtes voor allerlei bijeenkomsten en activiteiten ondergebracht. In het achterste deel, onder de overkapping, is stallingsruimte voor machines. Het middenstuk onder de kap wilde ik vrijhouden. Waarvoor, dat wist ik nog niet.”

“De biologische boerenmarkt van Almere (…) moest op een gegeven moment uitwijken naar een andere plek en kwam, aanvankelijk tijdelijk, in de nieuwe schuur van De Stadsboerderij terecht. Dat beviel zó goed, dat de markt hier gebleven is. In dat opengehouden middenstuk! Sindsdien heeft de markt zich heel mooi ontwikkeld. Het aantal kramen is gegroeid, het klantenaantal is verdubbeld en mijn dochter Roos heeft er een cafeetje. De markt heeft een eigen gezicht en uitstraling gekregen. Voor zowel de boerderij als de markt heeft het samengaan veel gebracht.”

De aarde zal weer vruchtbaar zijn

In het boek De aarde zal weer vruchtbaar zijn beschrijft Ellen Winkel de levensverhalen van een tiental pioniers van biologisch-dynamische landbouw: een waargebeurde geschiedenis in de vorm van een roman. Vanuit de visie dat alles wat leeft een samenhangend geheel vormt, bouwen de pioniers aan een gezonde landbouw in een gezonde economie. Ondanks veel tegenslagen blijven zij hun hart volgen.
Marie Tak van Poortvliet (1871-1936), grootgrondbezitter en kunstverzamelaar, richt in 1926 op Walcheren de Cultuurmaatschappij Loverendale op. Ze zet zich met alles wat ze bezit in voor de ontwikkeling van de nieuwe landbouw die zal bijdragen aan ‘het geluk van de mensheid’. Tuinderszoon Jan Schrijver (1949) rijdt in 1971 in zijn Eend met negen kistjes spinazie naar een kabouterwinkel in Amsterdam. Veertig jaar later worden zijn biodynamische wortels en kolen in kuubskisten door de vrachtwagens van vier grote handelsbedrijven opgehaald. Zie www.schrijfwinkel.nl.

Houden van de aarde

Michiel Rietveld, oprichter van cursuscentrum Kraaybeekerhof, heeft rond de 75 cursussen gegeven over de Landbouwcursus. Door er zoveel over te spreken en er vele vragen over te beantwoorden, lukt het hem om in eigen bewoordingen te vertellen over achtergronden van biodynamische landbouw. In zijn boek Houden van de aarde schetst hij hoe landbouw zich heeft ontwikkeld en hoe landbouw en voeding een samenspel vormen van levensprocessen. Over antroposofie zegt hij onder andere: “Geesteswetenschap is wetenschappelijk onderzoek naar dingen die je niet kunt meten, wegen en tellen. Dus moet je andere, adequate instrumenten ontwikkelen. Rudolf Steiner heeft hiervoor waardevolle methoden aangereikt. De etherische wereld (de wereld van de levensenergie) kun je alleen onderzoeken met een etherisch (energetisch) instrumentarium. Via zijn bewustzijn kan de mens instrumenten in zichzelf ontwikkelen.” Zie www.michielrietveld.nl.