Top

Mode van wol

Voorbij de geitenwollen-sokken

Een lekker warm, praktisch onslijtbaar natuurproduct. Wol staat hoog op het wensenlijstje van de gemiddelde ecofashionista. Maar duurzaamheid is in de wolindustrie geen vanzelfsprekendheid. De Krant van de Aarde zet de do’s & don’ts op een rij.

Tekst: Lynsey Dubbeld

Polyester, hennep, wol, linnen. Wat is het meest verantwoord? Volgens duurzaamheidsorganisatie Made-By behoort wol tot de minst milieuvriendelijke van deze stoffen. Net als katoen, rayon en bamboe krijgt wol de classificatie E in de benchmark waarin de milieuprestaties van veelgebruikte textielsoorten worden vergeleken. Onder andere biologische hennep en gerecyclede polyester behoren tot de meest duurzame klasse.

Milieu-impact niet mals

In 2010 liet een rapport van onderzoeksbureau CE Delft al zien dat de milieu-impact van wol niet mals is. Dat komt vooral omdat er veel land nodig is om de schapen te houden, en omdat het vee relatief veel methaan uitstoot. Daarnaast gaat de verwerking van wolvezels gepaard met nogal wat chemicaliën, bijvoorbeeld om vuildeeltjes en lanoline te verwijderen. Ook wat betreft water- en energieverbruik is wol geen toonbeeld van duurzaamheid. Om één wollen pak te maken, is naar schatting 685.000 liter water nodig. En omdat de productie is verspreid over verschillende continenten, gaat achter een wollen kledingstuk een fors aantal transportkilometers – en dus een hoog energieverbruik – schuil.

Dat de negatieve milieu-impact van wol tegenwoordig nog enigszins behapbaar is, heeft volgens CE Delft vooral te maken met het relatief beperkte gebruik. Ongeveer de helft van onze kledingkast bestaat uit katoen. Wol vormt naar schatting niet meer dan 5 procent van de totale textielstroom in Nederland.

Van oude deken naar nieuwe jas

Goed nieuws voor liefhebbers van wol: er zijn biologische en gerecyclede varianten die aanzienlijk minder duurzaamheidsvragen oproepen. Bij biologische wol krijgen schapen verantwoorde voeding, voldoende leefruimte, en geen antibiotica of medicijnen. En het omstreden mulesing is verboden (zie kader). Winkels die gespecialiseerd zijn in duurzame mode, hebben volop biologische wol in het assortiment. Gerecyclede wol is trouwens ook te vinden bij H&M. En het Nederlandse label Wintervachtjas maakt nieuwe jassen van oude wollen dekens.

Verantwoorde wol lijkt inmiddels alomtegenwoordig in de Nederlandse wintermode. De jonge ontwerpster Natalie de Koning kleurt wollen kledingstukken met natuurlijke verf. Deze pigmenten worden gemaakt in Verfmolen De Kat in Zaandam, wereldwijd een van de laatste producenten van ambachtelijke verfstoffen.

Het duurzame modelabel Miss Green verkoopt sinds kort wollen items die aantoonbaar diervriendelijk gemaakt zijn. De wol is afkomstig van Australische schapen die worden grootgebracht op kleine coöperaties met oog voor dierenwelzijn. Maaike Groen, oprichtster van Miss Green, heeft naar eigen zeggen anderhalf jaar gezocht naar deze verantwoorde producenten. Alle wollen items in de wintercollectie voor 2014 – jurk, vest en kolsjaal – zijn van 100 procent gecertificeerde non-mulesing merino.

Voor het Nederlandse merk Inti Kitwear is verantwoorde wol al jarenlang een speerpunt. De truien, vesten, sjaals, hoeden en wanten (voor dames en heren) worden geproduceerd in Zuid-Amerika, waar traditionele gemeenschappen de lokale geitenwol verwerken. Ter plekke wordt de wol gesponnen, geweven, genaaid, gebreid, geborduurd. En dat scheelt ingewikkelde productieketens en overbodige transportkilometers.

Schapen als grasmaaier

Wol kan ook van dichtbij komen. Het Britse Izzy Lane maakt kledingcollecties van een eigen kudde schapen. De bejaarde herder zorgt ervoor dat de 500 dieren, die zijn gered van de slacht, van het landschap in North Yorkshire genieten totdat hun wol lokaal wordt verwerkt. In Nederland timmert het jonge label De Viltmannen aan de weg. Frank Hilbrands en zijn collega’s maken onder andere tassen, hoeden en jassen van vilt. De wol daarvoor is afkomstig van de 6.000 schapen die in de regio Rotterdam fungeren als grasmaaiers van dijken en bermen. Ook kinderboerderijen en hobbyboeren kunnen aan het atelier in de Rotterdamse Agniesebuurt leveren. Daar wordt de wol gewassen, gedroogd, uitgekamd en tot vilt gemaakt. Een sociaal gezicht heeft het bedrijf ook: het is de bedoeling dat de bedrijvigheid ten goede komt aan de sociale samenhang en economische situatie in de wijk. Zo kan de ruwe wol worden verkocht aan buurtbewoners die het tegen betaling schoonmaken. En kunnen jongeren uit de buurt een bijbaantje krijgen in het viltbedrijf. Zo wordt wol een stukje milieu-, dier- én mensvriendelijker.

Wat vindt u van dit artikel?