Mode mooi maken

Tonle 4 mode mooi makenGoedkope, trendgevoelige mode is populair onder fashionista’s met een smalle beurs. Maar er is steeds meer aandacht voor de misstanden die kunnen schuilgaan achter fast fashion. Het nieuwe boek Fixing Fashion doet voorstellen om de duurzaamheidsproblemen in de modewereld op te lossen. Lees hoe het werkt.

Tekst: Lynsey Dubbeld | Beeld: Tonlé

Een H&M’tje dat na twee keer wassen al uit elkaar valt. Angorakonijnen die levend worden gevild voor wollen kleding bij Topshop en Esprit. De ingestorte textielfabriek in Bangladesh waarbij honderden slachtoffers en gewonden vielen – en waar onder meer Primark en Bennetton voor een grijpstuiver kleding lieten produceren. De keerzijden van fast fashion komen steeds meer aan het licht.

 

Kritiek op fast fashion is in de mode

 

De publieke belangstelling voor het verhaal achter onze kleding neemt de laatste jaren flink toe. The true cost, een nieuwe documentaire over de misstanden achter goedkope kleding, trekt wereldwijde aandacht. Recensenten van uiteenlopend pluimage – van The New York Times tot de Elle – spraken lovend over de film. Na de Nederlandse première, in een afgeladen Pakhuis de Zwijger in Amsterdam, trekt de film nu in ons hele land – van Arnhem tot Groningen – volle zalen.

 

Hit op YouTube

Ook veelzeggend is de ophef over de video over de T-shirt automaat in Berlijn. De turquoise machine, die T-shirts voor 2 euro aanbiedt, werd als experiment op straat gezet. Kopers kregen na betaling niet alleen informatie over de kledingmaat te zien, maar ook schokkende beelden van uitgebuite fabrieksarbeiders. Vervolgens werd de vraag gesteld: koop je het shirt, of doneer je geld aan een goed doel? Negen van de tien kopers kozen voor het laatste.

De video The 2 Euro T-Shirt – A Social Experiment werd een hit op YouTube. Consumenten bekommeren zich dus over de eerlijke makelij van hun kleding, aldus de initiatiefnemers van het experiment, Fashion Revolution. Fashion Revolution is een wereldwijde beweging, die in 2013 in Engeland werd opgericht in reactie op de Rana Plaza fabrieksramp in Bangladesh. Bij de instorting van de textielfabriek kwamen op 24 april 2013 ruim 1100 arbeiders om het leven. Sindsdien wordt elk jaar op 24 april onder de noemer Fashion Revolution Day stilgestaan bij de oneerlijke arbeidsomstandigheden in de kledingindustrie – en bij de duurzame alternatieven.

 

Cynisme

De fabrieksramp in Bangladesh creëerde een wereldwijd bewustzijn van de uitwassen van de fast fashion die in Azië – en lagelonenlanden elders – wordt gemaakt. Inmiddels kan gerust gesteld worden dat kritiek op fast fashion in de mode is. De tijd dat modellen en celebs trots vertelden designer wear te combineren met goedkope items en accessoires van Zara of Topshop lijkt definitief voorbij. Steeds meer beroemdheden – van Livia Firth tot Emma Watson – tonen zich zelfs uitgesproken fans van eerlijke mode.

De kritische geluiden over goedkope, trendgevoelige mode gaan samen met cynisme over de inspanningen van ketens om de bedrijfsvoering te verduurzamen. Als C&A, de grootste aTonle 3 mode mooi makenfnemer van biokatoen ter wereld, aankondigt dat alle katoenen kleding in 2020 van duurzame makelij is, roepen critici dat hiervan maar een klein deel gecertificeerd biologisch is. En de Conscious Collection van H&M, waarvoor gebruik wordt gemaakt van duurzamere stoffen zoals tencel en gerecycled polyester, wordt al snel afgedaan als een marketingstunt die niets verbetert aan de positie van textielarbeiders die in lagelonenlanden de kleding in elkaar zetten.

Een opvallende stem in het koor van fast fashion critici is die van de Canadese auteur Michael Lavergne, die in zijn nieuwe boek pleit voor een brede bewustwording van de ethische consequentie van de huidige modewereld. In Fixing Fashion. Rethinking the Way We Make, Market and Buy Our Clothes doet Lavergne verslag van zijn jarenlange werkervaring bij een aantal Amerikaanse kledingbedrijven, waaronder Champion, Hanes en Wonderbra. Hij laat zien wat er allemaal mis gaat in de wereldwijde kledingproductieketen. Maar hij bespreekt ook initiatieven om sociale rechtvaardigheid en ethische bedrijfspraktijken te versterken.

 

1%

Volgens Michael Lavergne zijn de schadelijke effecten van de kledingproductie op mens en milieu een direct gevolg van de kostenbesparingen waarnaar modebedrijven streven. Vooral merken en ketens die de productie hebben uitbesteed aan lagelonenlanden, proberen zo goedkoop mogelijk geleverd te krijgen. Daardoor worden de fabrieken onder druk gezet, met alle gevolgen van dien voor bijvoorbeeld het gebruik van giftige chemicaliën, de (brand)veiligheid van gebouwen, en de werkuren en lonen van de arbeiders. Doorgaans komt minder dan 1% van de winkelprijs terecht bij de fabrieksarbeiders.

Het goede nieuws van Fixing Fashion: in de afgelopen twintig jaar zijn belangrijke stappen gezet om de modewereld te verduurzamen. Binnen netwerken zoals het Better Cotton Initiative werken modemerken samen om (katoenen) kleding duurzamer te maken. En steeds vaker zijn de productieketens doorgelicht om te zorgen dat de arbeidsomstandigheden in fabrieken onder de loep kunnen worden genomen. Lavergne waarschuwt wel dat een eenzijdige nadruk op audits – eenmalige fabriekscontroles waarbij inspecteurs een checklist doorlopen – geen afdoende antwoord biedt voor de problemen in de kledingproductieketen.

 

In de afgelopen twintig jaar zijn belangrijke stappen gezet om de modewereld te verduurzamen

 

Hoewel de indruk wordt gewekt dat alles onder controle is, blijven duurzame oplossingen doorgaans achterwege. Consultancybureau Verité laat zien hoe het wel kan: naast audits verzorgt Verité trainingen voor textielarbeiders, advisering aan fabrieksmanagers, beleidsanalyses en marktonderzoek.

 

Tonle 2 mode mooi maken

Portemonnees

Volgens Lavergne tonen alle onderzoeken, interviews en discussies in zijn boek dat het thema transparantie de hoogste prioriteit heeft. Transparantie gaat bijvoorbeeld over wat er gebeurt in de productiefabrieken. En over de onzichtbare effecten van klimaatverandering. Alle vrijwillige keurmerken en sectorale verbeterprogramma’s hebben wat dat betreft onvoldoende resultaat geboekt. Daarom vindt Lavergne het de hoogste tijd om juridische actie te ondernemen richting merken en winkels, zodat ze verplicht worden ethische codes na te leven. Ook voor kledingconsumenten ziet Lavergne een belangrijke rol weggelegd. In plaats van kleding simpelweg te kiezen op basis van prijs, kwaliteit of stijl, moeten we ook letten op de materialen en de makers. Door te stemmen met de portemonnee, zullen modebedrijven vanzelf betekenisvolle veranderingen doorvoeren, zo gelooft Lavergne. “The power is in our hands, not as consumers, those faceless units of economic consumption, but as individuals seeking connections to the people, the communities and materials imbedded in our apparel. It will take the actions of all of us in order to truly fix fashion.”

 

 

Michael Lavergne’s favorieten

Educators, market movers, innovators, activists. In zijn boek Fixing Fashion zet Michael Lavergne koplopers van uiteenlopend pluimage in de spotlights.

Lavergne toont zich fan van bijvoorbeeld Fair Wear Foundation, de van oorsprong Nederlandse ngo die kledingbedrijven helpt om eerlijker te produceren. Daarnaast behoren de boeken van experts zoals Tansy Hoskins en Sass Brown tot zijn must-reads.

De duurzame ambities van merken zoals Eileen Fisher en Adidas verdienen volgens Lavergne ook navolging. De collecties van Eileen Fisher zijn gemaakt van biologische materialen onder fatsoenlijke omstandigheden. Daarnaast ondersteunt het Amerikaanse merk sociale projecten om de positie van kwetsbare vrouwen te verbeteren. En onder de noemer Green Eileen voert het label een recyclingprogramma uit, waarbij de afdankertjes van klanten worden gebruikt voor nieuwe garens en kledingstukken.

51Xo5XbKqYL._SX331_BO1,204,203,200_In Fixing Fashion is ook informatie te vinden over kleinschalige initiatieven. Denk aan INLAND, een in Toronto gevestigd atelier dat handgemaakte armbanden, kettingen, ringen en oorbellen verkoopt. Ook in andere werelddelen wordt mooie mode gemaakt. Bijvoorbeeld door Tonlé, een fair fashion label in Cambodja dat jurken, broeken, shirts en accessoires maakt van reststoffen uit de textielfabrieken in de omgeving. En ken je het Zuid-Afrikaanse Oliberté al, het eerste schoenenmerk ter wereld met het fairtrade keurmerk?