Kalfjes bij de koe

Demeter Magazine Kalfjes bij de koe

Kalfjes bij de koe

Een verrijking in het leven van koe, kalf en melkveehouder

Demeter Magazine Kalfjes bij de koe

Begin dit jaar ontstond er een brede maatschappelijke discussie over de scheiding van koe en kalf direct na de geboorte. Arbeidstechnisch en financieel gezien heeft dit de voorkeur bij veel melkveehouders. Wanneer het kalf langer bij de koe blijft, is er meer risico op ziekten en ongelukken, verliest de melkveehouder veel melk en moet in veel gevallen de stalinrichting worden aangepast. Echter, de scheiding van kalf en koe direct na de geboorte is vanuit de biodynamische visie discutabel, omdat het tegen de natuur van koe en kalf in gaat.

Door: Margret Wenker  |  foto: Annelijn Steenbruggen

De vijf vrijheden van dieren

Eén van de basisprincipes binnen de biodynamische landbouw is Integriteit van het dier. Onder integriteit wordt verstaan dat elke handeling met dieren moet uitgaan van respect. We dienen een dier te verzorgen naar zijn eigen aard met specifieke behoeften. Hierbij spelen de ‘vijf vrijheden’ van een dier een belangrijke rol: vrij van honger en dorst, vrij van ongemak, vrij van pijn, verwonding en ziekte, vrij van angst en stress, vrij om normaal natuurlijk gedrag te vertonen. In feite hoort een dier te leven in een omgeving waarin het normaal kan functioneren in overeenstemming met zijn eigen natuur. Uit dit principe vloeien dan ook veel Demeter-normen voort, zoals de normen dat een koe haar horens dient te behouden en minimaal 180 dagen per jaar weidegang moet hebben. Dit komt namelijk de heelheid van de koe en haar soorteigen behoeften als grazer ten goede. Een koe moet zoveel mogelijk koe kunnen zijn, dit bevordert namelijk haar levenskracht. De band tussen moeder en kalf kan hieraan bijdragen. Zoog- en moedergedrag is natuurlijk gedrag van kalf en koe dat in de veehouderij nog steeds vertoond wordt, dus het behoort tot de aard van de dieren en het verrijkt het leven van de dieren.

Twee speerpunten

Vanuit de integriteit van de dieren geredeneerd zijn in de praktijk twee speerpunten van belang. Allereerst, het moeder-jong contact, het contact tussen de moederkoe en haar kalf. Idealiter zijn zowel vaars- als stierkalveren de eerste drie tot vijf maanden, de zoogperiode, bij de moederkoe. In de natuur is het kalf in deze periode afhankelijk van de koe voor voeding. Het contact kan echter parttime zijn (bijvoorbeeld dagdelen), aangezien kalf en koe onder natuurlijke omstandigheden ook vaker langere tijd apart kunnen zijn. Kalveren bevinden zich vaak in leeftijdsgroepjes naast de kudde.

Ten tweede verloopt de scheiding aan het einde van de zoogperiode idealiter geleidelijk. Het uit elkaar halen van een moeder en een jong brengt bijna altijd enige vorm van stress met zich. Het contact tussen koe en kalf zou stapsgewijs moeten worden afgebouwd en het kalf dient geleidelijk af te wennen van de moedermelk. Op deze manier wordt het welzijn van de dieren zo min mogelijk negatief beïnvloed.

Meer arbeidsplezier

Koe en kalf samen houden verrijkt niet alleen het leven van de dieren, maar ook het leven van de melkveehouder. Van de melkveehouders die koe en kalf meerdere maanden samenhouden gaf 85% aan meer arbeidsplezier te beleven. Ze genieten met name van het aanzicht dat de kudde meer een geheel is en ze krijgen vaak leuke reacties van bezoekers. Van de 44 Demeter-melkveehouders houden momenteel zeven melkveehouders de kalveren gedurende de zoogperiode bij de moederkoe en werken zes melkveehouders regelmatig met een pleegmoeder koe die zich een aantal weken over twee tot vier kalveren ontfermt.

In samenwerking met de BD-vereniging wil Stichting Demeter zich gaan inzetten om melkveehouders te stimuleren kalveren langer bij de koe te houden.