Herinneringen aan Earth Day

Herinneringen aan Earth Day Dag van de Aarde

Herinneringen aan Earth Day

De eerste viering van de Dag van de Aarde op 22 april 1970, toen twintig miljoen Amerikanen hun stem lieten horen voor de planeet, werkte als een bekering voor socioloog Egbert Tellegen. Met hem halen we herinneringen op aan die gebeurtenis en spreken we over een meer duurzame economie.

Hij woont al een halve eeuw in het landelijke Sloten, dat in 1921 werd geannexeerd door het jongere Amsterdam. Het is vandaar ruim een half uur fietsen naar de binnenstad, waar hij in een lange en veelkleurige carrière o.a. hoogleraar milieukunde aan de UvA was. Zijn woonkamer wordt gedomineerd door een imposante boekenkast, waarvan zijn jongere broer Toon Tellegen een flinke plank voor zijn rekening neemt: “We krijgen alles van hem, ook wat nog niet verschenen is.” Maar in 1970 woonde Egbert Tellegen met zijn vrouw en dochters een half jaar in New York, waar hij als gastdocent sociologie doceerde aan New York University. Hij herinnert zich de eerste Earth Day nog goed: “Het was een ongelooflijk heftige tijd. De zwarte panters voerden een agressieve emancipatiestrijd, hele zwarte wijken gingen in vlammen op en vier studenten werden bij massale protesten tegen de oorlog in Vietnam en Cambodja doodgeschoten.” Terwijl mainstream Amerika de luchtvervuiling nog accepteerde als de ‘smell of prosperity’, weerklonk de slogan ‘Geef de aarde een kans’ steeds luider en er kwam een kentering in het bewustzijn van velen. En al herinnert Egbert Tellegen zich die dag als ‘het meest lieftallige element’ in dat zeer maatschappijkritische klimaat, het maakte een onuitwisbare indruk en opende ook zijn ogen voor de milieuproblematiek.

Marcuse
Hij kreeg het niet van huis uit mee: “Mijn feeling voor de natuur is als socioloog zeer gering. Ik ben er niet trots op en mijn vriendin leert me nu wat vogels te onderscheiden. ”De milieuproblematiek sprak hem aan als ‘permanente legitimering om afstand te nemen van de bestaande sociale werkelijkheid’. Tijdens mijn studie in Utrecht was maatschappijkritiek uit den boze. Ik begon in 1955, het was in de wederopbouwperiode van na de tweede wereldoorlog. Cultuurpessimisme was het ergste waaraan je je als socioloog kon bezondigen. Er zijn in de oorlog 102.000 joden uit Nederland vermoord maar daar is in de zeven jaar dat ik sociologie studeerde, met geen woord over gesproken. Wel lazen we boeken zoals over de Drentse boerin en haar plaats in de samenleving. Ik verzette me toen al tegen wat ik ‘De dictatuur van de sociologie’ noemde. Later, in 1964, werd een dergelijk verzet tot uitdrukking gebracht in de titel ‘One dimensional man’ van een boek van Herbert Marcuse. ”In die tijd van naast elkaar bestaande, totaal verschillende cultuurpatronen van katholieken, protestanten, liberalen, socialisten en communisten, werd ‘normaal doen’ niet verlangd. “Nu is het extreem anders. Van Moslims wordt, niet in de laatste plaats door Christelijke partijen, verwacht dat ze allerlei vrijheden aanvaarden, waartegen die partijen zich in het verleden zelf heftig hebben verzet. Ook voor de VVD is het nu normaal dat homo’s hand in hand over straat gaan – terwijl die partij zich indertijd nog tegen het homohuwelijk verzette. Elke buitenlander die zich niet kan vinden in ons denken kan nu het beste maar vertrekken. Een andere levensstijl wordt niet geaccepteerd.”

Dat ééndimensionale ziet hij ook terug in het gangbare denken over de economie. “Mensen beseffen niet dat onze economie vijf eeuwen geleden is ontstaan en een historisch fenomeen is.

Het kapitalisme zorgde voor een gigantische vooruitgang van de productiekrachten. Karl Marx onderkende dat ook, maar hij signaleerde eveneens de keerzijde. Hij was in het geheel niet met het milieu bezig maar hij schreef wel in Das Kapital: “het kapitalisme vernietigt uiteindelijk de bronnen van alle rijkdom: de aarde en de arbeider.” Tellegen neemt veel economen hun gebrekkig historisch besef kwalijk. “Ze schermen altijd met een breed welvaartsbegrip dat ook immateriële waarden omvat. Maar als ze het over het ‘herstel’ van de economie hebben verwijzen ze daarbij nooit naar de afname van uitputting of vervuiling van het milieu. Ze beseffen niet dat het kapitalisme ontstond in een tijd van onbegrensde mogelijkheden. Het systeem is ongeschikt geworden nu de grenzen van het toenemende milieugebruik op een eindige planeet zijn bereikt. Terwijl de basisvoorwaarden voor het menselijk leven op aarde vernietigd worden, stellen economen vast dat het prima gaat met de economie, omdat ze milieu -effecten van ons produceren en consumeren niet meenemen in hun berekeningen.”

Trump
Tellegen denkt genuanceerd over groei. “Als je die effecten wel meeneemt in je beoordelingen, dan is verantwoorde groei mogelijk. Groei moet niet het doel zijn, maar kan wel het resultaat zijn van bijvoorbeeld investering in duurzame energie. Maar in de moderne economie is geld verdienen een doel op zichzelf geworden.” Geld is een gesel van de aarde, is een van de stellingen bij zijn boekje Afscheid van het kapitalisme, over de aarde en onze economische orde. Het milieu-denken is niet dominant, maar toch ziet hij een trend in de goede richting. “Er zijn nu zelfs gezaghebbend VVD’ers die vinden dat we weg moeten van de fossiele brandstoffen. Tien jaar geleden was dat nog ondenkbaar. En ook al zorgt Trump voor een enorme terugval, hij zal die duurzame beweging niet kunnen terugdraaien. Daar ben ik positief over.”

Terlouw

Als zoon, broer en vader van huisartsen, heeft hij zo zijn bedenkingen bij hoe economen vaak praten over het herstel van de economie alsof ze praten over het menselijk lichaam. “Ik vind die cultuur van de geneeskunde fantastisch. Aan de ene kant is het heel concreet, soms moet je krachtdadig ingrijpen, maar vaak ook juist niet. Artsen blijven altijd nadenken.” Zo is het ook in het informele leven buiten de economie,maar dat vraagt wel om een andere mentaliteit. Die ziet hij bij het nieuwe type ondernemer. “Ik hou van kleine ondernemers. Laatst hoorde ik Jan Terlouw nog bij een fantastische lezing voor groene ondernemers. Ik heb het zelf meegemaakt met een makelaar, een fietsenmaker en een ijzerhandelaar. De eerste raadde me af te verhuizen na de dood van mijn vrouw, en de anderen vonden dat ik best nog een tijdje vooruit kon met mijn fiets en mijn grasmaaier. Ze hadden geld kunnen verdienen, maar dat was niet hun prioriteit. Ze dachten mee. Professionaliteit gaat bij hen voor profijt. Dat stemt me hoopvol. Ja, ik heb het liever over hoop dan over optimisme. Er zijn problemen, het gaat niet goed, maar we gaan naar iets anders.”

Meer over de Dag van de Aarde

Share This