Een bijzonder stukje Zwitserland per trein

4_Valposchiavo_DiscesaPoschiavoTrenovistaSassalbo_Moiola_100811Bij Zwitserland denk je al snel aan bergen, skiën, kaasfondue en chocola. Maar er is nog zoveel meer: Zwitserland bestaat uit vele kantons en valleien, elk met een eigen karakter, dialect en geschiedenis. Graubünden is zo’n kanton in het zuidoostelijke puntje tegen Italië aan. Er rijdt een bijzondere treinlijn over torenhoge bruggen, langs bergpassen en gletsjers, met prachtige vergezichten en pittoreske dorpjes. Twee routes zijn zelfs zo speciaal dat ze het hebben geschopt tot de UNESCO  werelderfgoedlijst. We pakken de trein om dit gebied beter te leren kennen.

Tekst: Renske de Zwart

We stappen op in Chur, de oudste stad van Zwitserland en de hoofdstad van Graubünden, en na een adembenemende tocht langs groene dalen met mooie dorpjes, kolkende bergbeken en hoge bergpassen met sneeuw en ijs, komen we op onze eerste bestemming: Alp Grüm. Dit is het walhalla voor mensen die van treinen en bergen houden: je stapt van de trein zo het hotel binnen dat op het perron is gebouwd. Aan de ene kant het spoor, aan de andere kant een grandioos uitzicht op een enorme gletscher, de Palü. Dit is zeker een van de meest afgelegen en leuke plekken om te logeren; als de laatste trein is vertrokken is het muisstil en aardedonker. Op een heldere nacht zie je ontelbaar veel sterren.
We spreken een wandelaar die uitlegt dat dit het gebied is waar veel Zwitsers zelf op vakantie gaan. Hier heerst rust, de mensen leven dicht bij de natuur en je kan eindeloos wandelen, langlaufen en heerlijk eten. De toeristische hectiek van de populaire ski-resorts is hier ver te zoeken. Drukke stedelingen trekken zich liever terug in de ‘maiensäss’; kleine simpele berghutten die vroeger in de zomer werden gebruikt door herders en nu vaak dienst doen als sobere onthaastingsplek.

 

Dit is het gebied waar de Zwitsers zelf op vakantie gaan.

 

De volgende morgen springen we fris uit bed en slechts een paar meter verderopIMG_1078 weer in de trein. Op naar onze volgende stop Poschiavo. Een bijzonder dorp dat tot 1800 niet meer was dan een boerengehucht met wat boerderijen. Wat nu vooral opvalt zijn de vele prachtige negentiende -eeuwse villa’s, beschilderd in pasteltinten, die het dorp allure geven. Deze elegantie verwacht je niet in een bergdorp. Een bezoek aan het lokale museum leert ons dat de geschiedenis hier een bijzondere wending heeft genomen toen Napoleon eind 1800 grote stukken land rondom het dorp confisqueerde. Het leidde er toe dat vele boeren hun geluk gingen zoeken in grote steden zoals Milaan en Rome. Die trek naar de stad viel toevallig samen met een aantal nieuwe ontwikkelingen in die tijd; de ontdekking van koffie, het maken van fornuizen met goede ovens, en de productie van geraffineerde suiker.

Voor de ‘economische vluchtelingen’ uit Poschiavo, op zoek naar werk, kwam dit allemaal samen en ze speelden perfect in op de trend: al snel ontwikkelden zij zich als patissiers die in alle grote steden in Europa, in Engeland en Spanje tot Sint Petersburg, koffiehuizen oprichtten waar koffie met zoete lekkernijen, bereid met room, suiker en chocolade, werd geserveerd. Het was een doorslaand succes, en de meesten werden zo rijk dat ze terugkwamen naar hun geboortedorp en dure villa’s lieten bouwen (met namen als Devon, of Madrid) die even prachtig als onpraktisch waren met de hoge kamers en grote ramen.

Na een stadswandeling dineren en overnachten we in een oude herberg aan het centrale plein: hotel Albrici, IMG_1176een gebouw uit 1682. Hier werden vroeger de paarden voor de postkoetsen gewisseld en het hele gebouw ademt nog die sfeer, je verbeeld je dat je paardenhoeven hoort als je bij de grote open haard zit. Je kunt er goed overnachten in moderne kamers en de keuken is van grote klasse. Je eet er lokale gerechten in een Frans en Italiaans jasje van hoog culinair niveau. Een aanrader!
De volgende dag stoppen we nog even bij een van de oude boerenhuizen die bewaard is gebleven: casa Tomè. Het is wederom een stap terug in de tijd; ditmaal van een eenvoudige boerenfamilie waarvan de laatste ongetrouwde dochters hier nog woonden tot begin 2000. Het gereedschap en het hooi ligt nog in de schuur, en de kolen liggen nog in de kachel. Hier is sinds 1900 weinig veranderd en het lijkt of het huis gisteren nog bewoond was. Een buurvrouw die ons rondleidt vat het mooi samen: “Dit huis is nu een museum en ontmoetingsplek voor de dorpsbewoners. Hier herinneren we ons waar we vandaan komen en denken we na over onze toekomst.”

Val Müstair

Niet heel Graubünden is te bereiken per trein. Als we naar de Müstair vallei willen reizen moeten we een stuk met de bus. De bergen hier zijn van zulk hard graniet dat het onmogelijk was om er een spoortunnel aan te leggen. In deze vallei vind je volgens kenners de mooiste bergen om te beklimmen en meer dan 80 kilometer wandelpaden. Wij gaan er echter heen voor een bezoek aan het St. Johannesklooster van Müstair; een prachtig gebouw uit de tijd van Karel de Grote, dat nog altijd in gebruik is als convent voor nonnen. Ook dit is een Unesco werelderfgoed, sinds 1983, vanwege de bijzondere fresco’s en de kapel. Beslist een bezoek waard.

 

‘Oude ambachten zoals smid, molenaar en wever herleven hier’

 

In deze vallei valt de mooie mix weer op tussen natuur en cultuur: een groot deel van dit gebied is beschermd natuurgebied (de Biosphera Val Müstair, óók met Unesco-label) waar planten en wilde dieren zoals gemsen, herten en gieren de ruimte krijgen en mensen kunnen wandelen en klimmen. Daarnaast worden ook de lokale tradities in ere gehouden: oude ambachten zoals een smederij, een molenaar en een wever op meerdere plekken én ze werken zo veel mogelijk met lokale en duurzaam geproduceerde producten.

Als afsluiting van onze reis belanden we die avond bij een lokale likeur- en schnapps-stoker Luciano Beretta die de eeuwenoude traditie van het stoken van alcohol met graan en fruit tot absolute kunst heeft verweven. Elk jaar wint hij vele (internationale) prijzen met zijn distillaten. Zelf drinkt hij geen druppel alcohol maar omdat hij alleen maar de allerbeste lokale producten in de juiste verhoudingen gebruikt is het volgens hem ook niet nodig om te proeven: het lukt altijd. Wij kunnen dit na een korte testronde alleen maar beamen.

 

Leuke dingen om te doen

  • Muglin molen. Historische molen uit de 17e eeuw, aangedreven door waterkracIMG_0986ht. Hier wordt op biologische wijze meel en vlas gemaakt. www.muglinmall.ch
  • Distillerderij van Luciano Beretta. Beretta stookt prijswinnende likeur en schnaps op natuurlijke wijze. Te bezoeken op aanvraag.www.distilleriaberetta.ch
  • St. Johannsklooster.  Een UNESCO klooster met twaalf nonnen. Gesticht door Karel de Grote en beroemd om zijn fresco’s. Kapel en museum zijn zeer de moeite waard. www.muestair.ch
  • Cavaglia Glaciers. Een prachtig natuurverschijnsel: grote gaten in de grond die zijn uitgesleten in duizenden jaren door smeltwater en grote stenen. www.ghiacciai.info

 

Gaan met de Rhätische Bahn!

31_Valposchiavo_EstateBrusioTrenoViadotto_Moiola_2009De Rhätische Bahn (Italiaans: Ferrovia Retica, Retoromaans: Viafier Retica) ook wel ‘die kleine rote’ genoemd) is een Zwitserse spoorwegmaatschappij in het kanton Graubünden.

Tot laat in de negentiende eeuw was Graubünden een afgelegen en geïsoleerd deel van Zwitserland. Maar toen het toerisme naar de Alpen op gang kwam, deels vanwege de heilzame werking van de frisse berglucht, groeide het plaatsje Davos uit tot een van de eerste vakantieoorden van de streek. Destijds alleen nog voor de welgestelden die zich vakantiereizen konden veroorloven. Het was overigens een Nederlander, Willem-Jan Holsboer, die enkele hotels in Davos begon. Omdat de bereikbaarheid van de bergdorpen lastig was, bedacht Holsboer dat een spoorlijn het toerisme zou kunnen stimuleren, en hij richtte hij de ‘Schmalspurbahn Landquart Davos’ op. In 1889 was het eerste gedeelte van Landquart naar Klosters gereed. Een jaar later was het mogelijk om Davos per trein te bereiken.

Daarna breidde het netwerk zich, uit onder andere met de Berninabahn, een spoorweg in het zuiden van het kanton Graubünden, genoemd naar het Berninamassief, een gebergte met toppen tot meer dan 4000 meter. Deze spoorlijn verbindt St. Moritz in Zwitserland en Tirano in Italië en was buitengewoon lastig om aan te leggen. De lijn omvat 13 tunnels en galerijen en 52 viaducten en bruggen. In  2008 werd deze spoorlijn samen met de  Albulabahn door UNESCO op de Werelderfgoedlijst geplaatst. Deze twee spoorlijnen behoren tot de meest indrukwekkende bergspoorlijnen in de Alpen die het hooggebergte via bergpassen kruisen. De Albulabahn werd in 1904 geopend en heeft en lengte van 67 kilometer. Ook hier weer een aantal indrukwekkende bouwwerken, waaronder 42 tunnels en overdekte galerijen en 144 viaducten en bruggen.

 

Reis- en verblijfinformatie

 

Share This