De kracht van een levende bodem

bodemvruchtbaarheid DEMETER

Hoe veranderen bodems door biologisch-dynamische landbouw?

De kracht van een levende bodem

bodemvruchtbaarheid DEMETER

Wormgangen, poriën, wortels, scheuren, verdichte lagen, wormenpoep… er is van alles te beleven onder het maaiveld als je een diepe kuil graaft. De verschillen tussen BD-bodems en gangbare bodems zijn groot. Een ‘bodemstudietocht’ van de Vereniging voor Biologisch-Dynamische Landbouw en Voeding leverde veel op: nieuwe informatie én diepe verwondering.

Tekst: Ellen Winkel / Foto’s: Jan Bokhorst en Annemieke Grimbergen

“Goede landbouw doet geen afbreuk aan de bodemvruchtbaarheid, maar produceert juist bodemvruchtbaarheid”, stelt Derk Klein Bramel, bestuurslid van de BD-Vereniging en coördinator van de Landbouwsectie van de Antroposofische Vereniging in Nederland. Hij nam het initiatief om een serie bodemstudiebijeenkomsten te organiseren bij BD-boerderijen in de winter van 2013/2014. De reeks werd afgesloten met twee winterconferenties van de BD-Vereniging over bodemvruchtbaarheid.

Wat de bijeenkomsten hebben opgeleverd is opgetekend in de thema-uitgave Bodemvruchtbaarheid als vrucht van de landbouw in het voorjaar van 2014. Hoewel Derk al tientallen jaren betrokken is bij de BD-landbouw als boer en in beleidsfuncties, is hij verwonderd over wat de bodemstudietocht heeft opgeleverd: “De bodem is één groot wonder. Een wonder van samenhang, van veerkracht, van vitaliteit, van herstellend vermogen. Kortom, een wonder van leven.”

Bodemprofielen

Kuilen van ruim een meter diep vormden de basis van drie studiebijeenkomsten op boerderijen die meer dan 30 jaar biodynamisch werken: Zonnehoeve in Zeewolde, Boomgaard Ter Linde in Oostkapelle en De Hondspol in Driebergen. Deze bedrijven liggen alle drie op zavel- en kleigronden. Om ook een echte zandgrond te laten zien, zetten we hier de bodem van BD-boerderij De Vijfsprong uit Vorden naast. Verschillen tussen biologisch-dynamische en gangbare gronden wordt zichtbaar door een vergelijking te maken met twee doorsnee gangbare gronden.

Bodemkundige Jan Bokhorst vertelt wat hem opvalt als hij de profielen bekijkt: “Boerderij Zonnehoeve ligt op een jonge kleigrond in de Flevopolder. We zien dat zelfs in de laag van 60 tot 70 centimeter diep al een mooie bodemstructuur is gevormd. Op die diepte dringen wortels van gras en klaver goed door en er zijn wormgangen zichtbaar.”
De profielfoto ernaast van een gangbare grond bij Lelystad is niet helemaal vergelijkbaar, omdat de bodemsamenstelling verschillend is. Wat de foto goed laat zien, is dat alleen de bovenste 10 centimeter goed doorworteld is. De donkere bouwvoor daaronder is verdicht zodat er weinig wortels groeien. Dan volgt een plotselinge overgang naar een lichtgrijze, humusarme ondergrond waar nauwelijks wortels zijn en helemaal geen wormgangen.

BD-boerderij De Vijfsprong ligt op totaal andere grond: een oude zandgrond waarin moeilijk doordringbare lagen aanwezig zijn: ingespoelde zure organische stof heeft de grond verdicht. Zulke ‘inspoelingslagen’ zijn van nature ontstaan in de tijd dat daar nog heide of eikenberkenbos was. Jan: “Je ziet in het bodemprofiel dat pendelende wormen deze laag hebben doorboord en toegankelijk hebben gemaakt voor tarwewortels. De wanden van deze wormgangen zijn bedekt met organische stof: in de gangen zijn als het ware minibodems ontstaan.”
Er zijn drie groepen regenwormen te onderscheiden die ieder een eigen, essentiële rol spelen: ‘strooiselbewoners’ verteren plantenresten in de bovengrond, ‘bodembewoners’ eten zich door de grond heen en dragen zo bij aan een goede bodemstructuur en ‘pendelaars’ graven een hele diepe verticale gang die belangrijk is voor beworteling, luchtaanvoer en waterafvoer. Jan Bokhorst: “Opvallend is dat op de vier biologisch-dynamische bedrijven alle drie de groepen wormen volop aanwezig waren. Dit is in de huidige landbouw zelden het geval.”

Jan trekt de conclusie dat biologisch-dynamische landbouw evenwicht brengt in de bodem. “Jonge gronden (die nog weinig organische stof bevatten) worden ‘volwassener’ en oude gronden (waar de grond verdicht is door lagen ingespoelde zwarte organische stof) worden ‘jonger’. Er ontstaat een wisselwerking tussen de minerale aarde (zand of klei) en de plant (de vorming van organische stof). Sommige gronden, zoals die van boerderij De Hondspol, hebben dit evenwicht al bijna bereikt. Andere, zoals Zonnehoeve, Ter Linde en De Vijfsprong, zijn duidelijk op weg naar dit evenwicht. Deze vier boerderijen laten zien hoe er werkelijk aan een vruchtbare bodem gewerkt wordt in de biologisch-dynamische landbouw.”

De bodem ademt

Na de bodemstudiebijeenkomsten, organiseerde de BD-Vereniging twee winterconferenties; één in Dronten en één in Merksplas (B). Boeren en tuinders namen kluiten mee uit hun akkers en weides. Coen ter Berg is een van de bodemadviseurs die de deelnemers laat zien hoeveel zo’n kluit te zeggen heeft. Hij zou iedere boer en tuinder willen aanraden om iedere lente op ieder perceel een kuil te graven en te beschrijven hoe de bodemstructuur eruit ziet en hoe actief het bodemleven is. En er dan in de zomer bij te schrijven hoe het gewas erbij staat. “Als je dat een paar jaar doet, kun je je aan de hand van het bodemprofiel in het voorjaar steeds beter een voorstelling maken van hoe het gewas er in de zomer bij zal staan”, vertelt hij. Zo heeft hij het zelf ook geleerd.

“Als een gewas niet wil groeien”, zegt hij, “dan zullen veel boeren wat extra mest toevoegen. Maar als de bodem niet kan ademen, schiet je daar weinig mee op.” Plantenwortels hebben zuurstof nodig en ook alle leven dat in de bodem zit. Een theelepel grond kan wel een miljard organismen bevatten, zoals schimmels, bacteriën en wormen. Ze leven onder andere van de sappen die plantenwortels uitscheiden. Zo ontstaat rond de plantenwortel een biofilm van micro-organismen. Hierdoor kan de plant makkelijker voedingsstoffen opnemen. Ook vormen de micro-organismen een verdedigings-
linie tegen ziekteverwekkende organismen. Om dit goed te laten functioneren is een netwerk van gangen en poriën in de bodem onmisbaar, zodat de bodem kan ademen.

Op lange tafels staan een dertigtal bakken grond die de boeren en tuinders naar de conferentie hebben meegenomen. In drie groepen bekijken ze elkaars grond. Iedereen buigt zich voorover om het goed te kunnen zien. Ze ruiken aan de grond, voelen met de vingers of nemen zelfs wat kruimels tussen de tanden om de zandfractie te kunnen bepalen. Levendige gesprekken vullen de zaal. Het gaat over ‘jouw grond’, waar je een intieme relatie mee onderhoudt. Grond met een eigen karakter. Geen bodemkluit is gelijk. Op de tafel ligt een hele rij persoonlijkheden. Het lukt de voorzitter van de dag nauwelijks om iedereen weer terug te krijgen op zijn stoel voor een plenair gesprek. “Iedereen gaat een verhouding aan met zijn grond”, zegt Coen. “En het is iedere keer weer leuk om daarover te praten.”

Opvallend was dat de drie groepen wormen op de vier BD-bedrijven volop aanwezig waren. Dit is in de huidige landbouw zelden het geval

bodemvruchtbaarheid DEMETER

Goedbodembeheer.nl

Wel of niet ploegen? Welke bemesting? Waarom staan er zoveel plassen op het land? De website www.goedbodembeheer.nl helpt bij het vinden van antwoorden. Bodemkundige Jan Bokhorst houdt zich al meer dan 40 jaar bezig met het leren kennen van levende bodems. Veel van zijn kennis en ervaring heeft hij toegankelijk gemaakt via deze website. Met onder andere: bodembeheer vanuit een biodynamische visie, informatie over grondsoorten door heel Nederland en praktische tips voor teeltmaatregelen voor boeren, tuinders, moestuinders én beheerders van sportvelden.